Kinderalimentatie, hoe werkt het?

Als mediator is een van de onderdelen van ons vak cliënten helpen om de kinderalimentatie vast te stellen. Voor het vaststellen van de kinderalimentatie zijn richtlijnen opgesteld welke zijn opgenomen in het Tremarapport.

Omdat voor veel scheidende ouders onduidelijk is hoe de richtlijnen rondom kinderalimentatie werken schrijven wij deze blog.

Hieronder vind je de onderwerpen waar wij op in gaan.

  1. Onderhoudsplicht
  2. Term kinderalimentatie
  3. Voorbeeld casus
  4. Stap 1. Bepalen netto besteedbaar inkomen tijdens de relatie
  5. Stap 2: Vaststellen van de kosten van de kinderen (behoefte)
  6. Waaruit bestaan de kinderkosten?
  7. Stap 3: Vaststellen draagkracht
  8. Stap 4: Confrontatie eigen aandeel en draagkracht
  9. Stap 5: Toepassen zorgkorting
  10. Stap 6: Aanvaardbaarheidtoets
  11. Variabelen die aandacht vragen
    1. onvoldoende draagkracht
    2. kosten kinderopvang
  12. Co-ouderschap
  13. De kindrekening
  14. Conclusie

Onderhoudsplicht

Als eerste is het van groot belang om vast te stellen wie onderhoudsplichtig is voor de kinderen.

In onze praktijk zijn de meest voorkomende onderhoudsplichtigen:

Voor de stiefouder geldt een aanvullende vereiste dat het stiefkind behoort tot het huishouden. Uit de rechtspraak blijkt dat het vereiste ‘tot het gezin behoren’ ruim moet worden uitgelegd.

De onderhoudsplicht jegens (stief)kinderen duurt totdat deze de leeftijd van 21 jaren bereiken.
Nadien bestaat alleen een onderhoudsplicht voor de (juridisch) ouder indien er bij het kind sprake is van behoeftigheid.

Term kinderalimentatie

Kinderalimentatie is gedefinieerd als een bijdrage welke je ontvangt of betaalt voor de kosten van het onderhoud van jouw kinderen.
Daarmee is het een term die in de praktijk veel verwarring oproept. Vaak hebben ouders een idee dat zij de afspraken over de kinderalimentatie kunnen vergelijken met andere gescheiden ouders.
Omdat de hoogte van de kinderalimentatie afhankelijk is van zeer veel factoren is dit onjuist.
In onze praktijk spreken wij daarom liever van de (verdeling van de) kosten van de kinderen.
De kosten van de kinderen verdeel je namelijk naar rato van de draagkracht. De uiteindelijk kinderalimentatie is afhankelijk van de overeengekomen zorg- en contactregeling.

Voorbeeld casus

Hieronder lichten wij de stappen toe die gezet dienen te worden om de verdeling van de kosten van de kinderen op een juiste manier te doen.
Om de stappen nader toe te lichten werken wij deze uit aan de hand van een voorbeeldcasus.

In de voorbeeldcasus gaan Hugo en Myrthe scheiden. Zij hebben twee dochters, Maartje van 12 en Merel van 7. Na de scheiding hebben Maartje en Merel hun hoofdverblijf bij hun moeder Myrthe. Gemiddeld 2 dagen per week verblijven zij bij hun vader Hugo.
Tijdens de relatie is Hugo hoofdkostwinner. Hij verdient gemiddeld € 3.500 netto per maand.
Myrthe verdient gemiddeld € 1.500 netto per maand.
Na de relatie wijzigt het inkomen niet.

Stap 1. Bepalen netto besteedbaar inkomen tijdens de relatie

In de casus hebben wij het inkomen van Hugo en Myrthe inzichtelijk gemaakt.
Om het netto-inkomen te bepalen wordt gekeken naar het totale jaarsalaris gedeeld door 12 maanden.
Dit betekent dus dat in dit netto maandinkomen ook het vakantiegeld is verwerkt, evenals een eventuele eindejaarsuitkering, onregelmatigheidstoeslag, 13e maand, enz.
Het nettoloon is dus hoger is dan je maandelijks op je loonstrook terug ziet.

In dit loon wordt gekeken naar waar de ouders tijdens de relatie van hebben geleefd. Veelal kan de recente loonstrook of de laatste jaaropgave gebruikt worden om een goede berekening te maken van het netto maandinkomen.

Variabel inkomen, zoals bijvoorbeeld een bonus of provisie, behoefte daarbij speciale aandacht. Hierbij moet worden bekeken of dit een vast inkomensbestanddeel is en of het laatste jaar maatgevend is of bijvoorbeeld een gemiddelde uitkering over een langere periode genomen moet worden (3-5 jaar).

In de casus van Hugo en Myrthe kan het netto maandinkomen worden gesteld op € 5.000 per maand. Eventueel moet het kindgebonden budget dat tijdens de relatie werd ontvangen hier nog bij worden opgeteld. In onze casus is dit niet van toepassing.

Stap 2. Vaststellen van de kosten van de kinderen (behoefte)

Om te bepalen wat het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen is wordt gebruikt gemaakt van de behoeftetabellen uit het TREMA-Rapport.
Deze behoeftetabellen worden jaarlijks geactualiseerd op basis van onderzoek van het NIBUD.

De eerste stap is het bepalen van de punten per kind. Deze punten zijn eigenlijk bedoeld om te bepalen hoeveel kinderbijslag de ouders ontvangen.

In 2021 ziet deze tabel er als volgt uit:

Voor Maartje (12) worden 0 punten toegekend. Voor Merel (7) worden 2 punten toegekend.

Met deze informatie kan gekeken worden wat Merel en Maartje gemiddeld per maand kosten. Hieronder de tabel voor 2 kinderen (cijfers: 2021).

Uit de tabel bij 2 punten blijkt dat Hugo en Myrthe maandelijks € 1.100 per maand aan kosten hebben voor Maartje en Merel bij een netto gezinsinkomen van € 5.000 per maand.
Dit noemen wij het eigen aandeel van de ouders.

Hugo en Myrthe ontvangen eens per kwartaal ook de kinderbijslag. Indien deze wordt opgeteld bij het maandelijkse bedrag van € 1.100 zijn de totale kosten van Maartje en Merel vastgesteld. Het totaalbedrag wordt omschreven als kosten kinderen.

Waaruit bestaan de kinderkosten?

Een vraag die wij vaak in de praktijk krijgen is wat betaald moet worden uit het bedrag van € 1.100 vermeerderd met de kinderbijslag.
Het NIBUD, dat de kosten heeft vastgesteld, geeft hier geen sluitend antwoord op.

Duidelijk is dat dit bedrag uit twee onderdelen is opgebouwd:

Kosten in de eigen huishouding

Hierbij gaat het om voeding en persoonlijke verzorging (boodschappen). Daarnaast is een onderdeel van de kosten in de eigen huishouding ook een maandelijks reservering voor vakantie met de kinderen en woonlasten die hoger zijn dan wanneer je als ouder alleen bent.

Zorgoverstijgende kosten

Het betreft hier alle kosten die niet behoren tot het huishouden. Denk hierbij aan sporten, kleding, schoolgeld, enz.
Nogmaals willen wij bevestigen dat hier geen specifieke bedragen aan gekoppeld zijn door het NIBUD.

Uit de Rechtspraak blijkt dat wordt aangenomen dat de hoofdverzorgende ouder vanuit de kinderalimentatie alle zorgoverstijgende kosten voldoet.

Stap 3. Vaststellen draagkracht

Nu duidelijk is wat de kosten van de kinderen zijn en welk aandeel de ouders hiervan zelf moeten voldoen, is de volgende stap het bepalen wat ouders bij kunnen dragen aan de kosten van de kinderen.

Dit wordt gedaan op basis van een berekening van de draagkracht.

Wederom geldt dat bekeken moet worden hoeveel het netto besteedbaar inkomen per maand bedraagt. Het verschil met stap 1 is dat het hier gaat om het inkomen ná de scheiding. Indien iemand meer/minder gaat werken dient rekening gehouden met dit nieuwe inkomen.

Hier is echter wel ruimte voor discussie. Wat als iemand bewust minder gaat werken om ook minder bij te dragen aan de kosten van de kinderen?
Of gaat iemand juist minder werken om er voor de kinderen te zijn?
Afhankelijk van het antwoord op deze en andere vragen moet gerekend worden met het lagere inkomen of met het inkomen zoals deze was tijdens de relatie.

De hoogte van het inkomen ten behoeve van de draagkracht dient, het liefst in onderling overleg tussen jullie als ouders, afgestemd te worden.

Voor de casus van Hugo en Myrthe nemen wij aan dat het inkomen van beiden ongewijzigd is na de scheiding.
Dit betekent dat het netto maandinkomen van Hugo € 3.500 bedraagt en voor Myrthe € 1.500.
De Hoge Raad heeft op 9 oktober 2015 bepaalt dat het kindgebonden budget na de scheiding opgeteld dient te worden bij het inkomen van de partner die deze toeslag ontvangt.
In de casus doe ik de aanname dat Myrthe na de scheiding € 350 kindgebonden budget per maand ontvangt. Dit betekent dat haar draagkrachtig inkomen € 1.850 per maand bedraagt.

Van het netto maandinkomen mogen de ouders het draagkrachtloos inkomen afhalen.
Deze bestaat voor de kinderkosten uit vaste forfaitaire bedragen. Het gaat daarbij om 30% van het netto besteedbaar inkomen aan woonlasten en € 1.000 voor kosten levensonderhoud (2021).

Dit komt voor Hugo neer op € 1.050 woonlasten en € 1.000 kosten levensonderhoud. In totaal dus € 2.050.
Hugo houdt een draagkrachtruimte over van € 1.450.

Voor Myrthe komt het neer op € 555 woonlasten en € 1.000 kosten levensonderhoud. In totaal dus € 1.555.
Myrthe houdt een draagkrachtruimte over van € 295.

Nu de draagkrachtruimte in kaart is gebracht moet bepaald worden wat de daadwerkelijke draagkracht is dit Hugo en Myrthe hebben. Deze draagkracht bedraagt 70% van de draagkrachtruimte.

Voor Hugo komt dit neer op € 1.015.
Voor Myrthe komt dit neer op € 207.
De totale draagkracht van Hugo en Myrthe bedraagt € 1.222 en is dus voldoende om het eigen aandeel dat is vastgesteld in stap 2 te voldoen.

Hieronder het overzicht in een tabel:

Stap 4. Confrontatie eigen aandeel en draagkracht

Nu duidelijk is wat het eigen aandeel van Hugo en Myrthe is en bepaald is wat hun draagkracht is, is het tijd te bepalen welk deel van de kosten zij ieder voor hun rekening nemen.

Hiervoor wordt de volgende formule gehanteerd:
Draagkracht ouder / totale draagkracht * eigen aandeel.

Voor Hugo:
€ 1.015 / 1.222 * €1.100 = € 914.

Voor Myrthe:
€ 207 / € 1.222 * € 1.100 = € 186.

Stap 5. Toepassen zorgkorting

Hugo draagt € 914 van de totale € 1.100 aan kosten.
Van deze bijdrage betaalt Hugo de kosten voor het levensonderhoud als Maartje en Merel bij hem zijn en voldoet hij de kinderalimentatie aan Myrthe.

Om te bepalen welke kosten Hugo heeft als zijn dochters bij hem zijn wordt gewerkt met een zogenaamde zorgkorting. Deze zorgkorting bedraagt een percentage van het eigen aandeel van de ouders.

Zijn de kinderen minder dan 1 dag bij Hugo dan is de zorgkorting 5%. Zijn zij 1 dag bij Hugo dan is het 15%, bij 2 dagen 25% en bij 3 dagen 35%.

In dit geval zijn Maartje en Merel 2 dagen per week bij hun vader en bedraagt de zorgkorting 25% van het eigen aandeel van € 1.100. Dit komt neer op € 275 per maand.

De kinderalimentatie die Hugo nu aan Myrthe dient te voldoen bedraagt € 914 -/- € 275 = € 639 per maand.

Myrthe voldoet nu vanuit haar eigen budget (€ 186), de kinderalimentatie (€ 639) en de kinderbijslag de zorgkorsten als Maartje en Merel bij haar verblijven en alle zorgoverstijgende kosten.

Stap 6: aanvaardbaarheidstoets

De aanvaardbaarheidstoets is van toepassing indien de alimentatieplichtige na het voldoen van kinderalimentatie niet meer in het eigen levensonderhoud kan voorzien.

Deze stap is voornamelijk relevant voor de Rechtspraak.

In onze mediationpraktijk is de betaalbaarheid van de verdeling van de kinderkosten een vast onderdeel van ons traject.
Om deze reden gaan wij in ze blog niet verder in op dit onderwerp.

Variabelen die aandacht vragen

Onvoldoende draagkracht

Op de regel dat de zorgkorting de bijdrage vermindert wordt een uitzondering gemaakt in het geval de draagkracht van de onderhoudsplichtigen onvoldoende is om in de behoefte van de kinderen te voorzien.

Bij een tekort aan draagkracht wordt dit tekort gelijk over ouders verdeeld.
De helft van het totale tekort aan draagkracht breng je ten laste van je zorgkorting.

Stel dat Hugo en Myrthe een tekort hebben aan draagkracht van € 100 per maand, dan vermindert de zorgkorting van Hugo naar € 275 minus € 50 is € 225.

Let op: indien het totale tekort aan draagkracht groter is dan 2 maal de zorgkorting dan wordt geen rekening gehouden met zorgkorting.

Kosten kinderopvang

Voor de kosten van de kinderopvang is een bijzondere aanbeveling van de Expertgroep Alimentatienormen van toepassen.

Zij bevelen aan het netto besteedbaar inkomen uit stap 1 te verlagen met de netto kosten van de kinderopvang. Het betreft de kosten voor de kinderopvang minus de kinderopvangtoeslag.
Aan de hand van dit lagere netto inkomen wordt dan het eigen aandeel van de ouders vastgesteld (stap 2).
Bij het eigen aandeel dienen de netto kinderopvangkosten ná de scheiding opgeteld te worden bij het vastgestelde eigen aandeel.
Het betreft hier wederom de kosten voor de kinderopvang. Deze worden verminderd met de kinderopvangtoeslag ná de scheiding.

Co-ouderschap

“Wij kiezen voor co-ouderschap zodat wij geen kinderalimentatie hoeven te betalen”. Dit hoor ik vaak in de praktijk. Helaas blijkt dit feitelijk onjuist te zijn.
Co-ouderschap is een niet-wettelijke term welke vaak wordt toegepast wanneer ouders een (min of meer) gelijke zorgverdeling hanteren.
Bijvoorbeeld 3 tot 3,5 dag bij de ene ouder en 3,5 tot 4 dagen bij de andere ouder.
Ook wordt deze term vaak toegepast indien de kinderen de ene week bij de ene ouder verblijven en de andere week bij de andere ouder.

In deze varianten is nog steeds het uitgangspunt dat ouders naar rato van hun draagkracht bijdragen aan de kosten van de kinderen.

Let op: het is mogelijk dat de co-ouder bij wie het kind niet is ingeschreven voor een kind aanspraak kan maken op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK).
Deze inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) verhoogt de draagkracht van de betreffende ouder.
Wij lichten in een apart artikel toe wanneer een co-ouder in aanmerking komt voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK).

Kinderrekening

Een kinderrekening is een bijzondere afspraak over de kosten van de kinderen die niet in de Rechtspraak gehanteerd wordt. Het is een afspraak tussen ouders onderling die in onze praktijk in veruit de meeste gevallen wordt toegepast.

Een kinderrekening is een rekening waar beide ouders toegang tot hebben.
Van deze rekening worden de zorgoverstijgende kosten voldaan door ouders. Denk hierbij aan sporten, schoolgeld, kleedgeld, zakgeld, enz.

Omdat jullie beiden toegang hebben tot deze rekening zijn de inkomsten en uitgaven transparant inzichtelijk voor beiden.
Tijdens het mediationproces maak je afspraken over de maandelijks inleg op de kinderrekening en welke kosten wel/niet worden voldaan van deze kinderrekening.
Daarnaast maak je afspraken wat je doet bij een tekort op de kinderrekening of posten waarvan jullie zijn overeengekomen deze niet te voldoen vanaf de kinderrekening.

Conclusie

Je hebt de moeite genomen een artikel van meer dan 2.000 woorden te lezen over het vaststellen van de kinderalimentatie, of eigenlijk het verdelen van de kinderkosten. Bedankt daarvoor.

Het is belangrijk te beseffen dat deze informatie slechts de basis betreft en er een grote hoeveelheid variabelen van toepassing is voor het vaststellen van de verdeling van de kosten van de kinderen.
Laat de berekening vooral uitvoeren door ons als specialist op dit gebied.

Wel vinden wij het belangrijk dat jullie enigszins beeld hebben bij de richtlijnen die gelden voor het vaststellen van de verdeling van de kinderkosten.

Heb je vragen? Voel je vrij contact met ons op te nemen.